Paragrafen

Financiering

  1. Algemeen

De uitgaven en inkomsten van de gemeente lopen niet samen op in de tijd. Soms leent de gemeente geld om op tijd te kunnen betalen en soms heeft ze (tijdelijk) onnodig veel geld op de bank. Al deze geldstromen lopen via de treasuryfunctie. Die heeft de gemeente ondergebracht bij de Bedrijfsvoeringsorganisatie West-Betuwe.
De financieringsfunctie wordt uitgevoerd binnen de kaders die zijn vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden, afgekort Wet Fido. In deze wet zijn regels opgenomen over hoe de treasuryfunctie bij decentrale overheden is ingericht en wordt uitgevoerd.

  1. West Betuwe

West Betuwe had in 2025 een negatieve cashflow van 20 miljoen euro. Dat betekent dat de uitgaven 20 miljoen euro hoger waren dan de inkomsten. Dat wordt onder andere veroorzaakt door gerealiseerde investeringen en aflossingen van oude leningen. Een negatieve cashflow is in gemeenteland heel gebruikelijk, zeker in tijden dat gemeenten met minder gelden vanuit de Rijksoverheid meer taken moeten uitvoeren. In 2025 is dit verschil opgevangen door de nog aanwezige tegoeden in de schatkist te verbruiken en door kasgeldleningen aan te trekken. Deze kasgeldleningen worden in 2026 omgezet naar langlopende leningen. Zo voldoen we aan de eisen voor het kasgeldlimiet en blijven we voldoen aan de renterisiconorm uit de wet Financiering Decentrale overheden.

  1. Renteontwikkeling 2025

De rentedaling zette zich in 2025 sneller en krachtiger door dan vooraf werd verwacht. In de loop van het jaar verlaagde de Europese Centrale Bank (ECB) meerdere keren de beleidsrente. Daarmee kwam die uit op 2,00% voor de depositorente en 2,15% voor de herfinancieringsrente met ingang van juni 2025. Deze verlagingen volgden op een verdere afname van de inflatie richting de doelstelling van 2% en de gunstige transmissie van het monetair beleid. Daarmee kwam de feitelijke beleidsrente lager uit dan de eerder geprojecteerde bandbreedte van 2,25%-2,75%. Dat had als gevolg: gunstiger korte financieringsvoorwaarden voor decentrale overheden.

Aan de lange kant van de rentecurve bleef de daling echter achter. Er was gerekend op een 10-jaarsrente in de orde van 2,60%-2,90% maar in 2025 sloot de eurozone-lange rente af rond 3,22%-3,30%. In de loop van het jaar bewoog ook de Nederlandse 10-jaarsrente binnen een hogere bandbreedte dan verwacht: 2,61%-3,09%. Deze hogere lange rente werd vooral beïnvloed door internationale onzekerheden en risicopremies, ondanks de versoepeling door de ECB.

De geldmarktrentes (Euribor) daalden juist wel duidelijk in de loop van 2025. Dit is in lijn met de versoepelende koers van de ECB. Daarbij daalde bijvoorbeeld de 3-maands Euribor van ongeveer 2,74% naar 2,06% tussen januari en december 2025.
Samenvattend:

  • Korte rente: sterker gedaald dan verwacht - positief voor kortlopende financiering.
  • Lange rente: hoger dan voorzien - langlopende financiering bleef duurder dan geprojecteerd.
  • Totaalbeeld: monetair beleid versoepelde sneller dan verwacht, maar marktdynamiek hield de lange rente relatief hoog.

Deze ontwikkelingen maken extra duidelijk dat een gedifferentieerde financieringsstrategie belangrijk is: het voordeel van lage korte rentes gebruiken waar dat kan, maar lange verplichtingen zorgvuldig wegen door het hogere renteniveau op de kapitaalmarkt.

Deze pagina is gebouwd op 07/06/2026 12:10:05 met de export van 07/06/2026 12:06:59